Kasteel Groeneveld

Het park van Groeneveld is alleen al door zijn afmetingen bijzonder: slechts 300 meter breed maar wel drie kilometer lang. De landschapsarchitect Michael van Gessel heeft bij de restauratie van Groeneveld in de jaren tachtig parkdelen uit verschillende tijden tot een geheel gemaakt.  Links van het huis bevindt zich een hele vroege landschappelijke aanleg. Die herken je aan de zeer kronkelige paden en kleine slingerbosjes. Bij de latere landschapsstijl, die grotendeels de rest van het park kenmerkt, gaat het om het grote gebaar: sterke afwisseling van gesloten delen en dan ineens een weids uitzicht. Of het lijkt alsof je door een ‘beekdal’ wordt gevoerd en staat dan plots voor een ‘berg’.

Staatsbosbeheer beheert het meer dan 130 hectare grote landgoed Groeneveld. Het kasteel is in gebruik als het “Buitenplaats voor stad en land” van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Download hier de Wandelkaart van Staatsbosbeheer. // //www.eropuit.nl/uitje/id/1000020/wandelen/LandgoedGroeneveldNSwandeltocht15km/ //grandcafegroeneveld.nl/

Geschiedenis

Marcus Mamuchet liet dit buitenhuis in 1703 bouwen om tijdens de zomer de drukte van de stad te vergeten. Na zijn overlijden kwam het in handen van Lucas van der Dussen, die in 1760 uitgebreid met twee halfronde vleugels.  Groeneveld is wel het eerste gebouw in Nederland met dergelijke gebogen zijvleugels. Erg mooi is het stucwerk op de beletage met ondermeer een Neptunus met drietand. Die verwijst naar het bevaren van de wereldzeeën waarmee de Amsterdamse handelaren hun kapitaal verdienden. In de jaren die volgden zijn de tuin en het park verder ontwikkeld in Engelse landschapstijl. 

Flora en Fauna

Landgoed Groeneveld is lang en smal. Eigenaars in de 17de en 18de eeuw maakten graag een groots gebaar in de lengte richting van hun landgoed. De lange oprijlaan getuigde van subtiele intimidatie van gasten. De parktuin werd aangelegd in de strenge Hollandse Barokke stijl, afgeleid van de Franse Stijl. Kenmerkend zijn de geometrische vormen. Eind 18de en begin 19de eeuw werd het park omgevormd naar de Engelse landschapsstijl. Kenmerken van deze stijl zijn: waterpartijen, beken, slingerende paden, heuvels, boompartijen en solitaire bomen. Na 1830 werd de verandering echt goed ingezet. De beek was het leidende principe. De partijen rode beuken markeren belangrijke elementen of overgangen in het park. Ze staan iets hoger, waardoor ze nog meer imponeren. 

In de 19de eeuw is ook een ijskelder aangelegd. IJs dat uit de vijver werd gezaagd werd van bovenaf naar beneden gekieperd en onder stro bleef het wel twee jaar goed. Hiermee werd ’s zomers fruit, groente, vlees en wijn gekoeld. Tegenwoordig wordt de kelder bewoond door de grootoor-vleermuis. De moestuin is een heerlijk rustpunt op het landgoed. De tuin bestaat uit een bloementuin, boomgaard, kruidentuin en moestuin. Rondom de moestuin staat een beukenhaag, met op het zuiden een slangenmuur.

Van 1976 tot 1981 is het park ingrijpend gerestaureerd. Er was toen al zo’n 100 jaar niets aan het landgoed gedaan, en de laatste 40 jaar was het echt verwaarloosd. Landschaparchitect Michael van Gessel heeft geprobeerd enkele essenties van de Franse en de Engelse stijl in elkaar te schuiven. De lange zichtlanen verwijzen naar de strengere Barokstijl. De weer vrijgemaakte beekloop met geschoren oevers, het vrijkappen en weer aanplanten van boomgroepen en het maken van doorkijkjes is juist een ode aan de Engelse stijl.